Munteenheid van Spanje: van de peseta naar de euro

//

Erik de Vries

De munteenheid van Spanje is de euro. Sinds 1 januari 2002 betaal je in Spanje met de euro, net als in de meeste andere landen van de Europese Unie. Daarvoor gebruikte Spanje de peseta, een munt die meer dan een eeuw lang de officiële betaalmunt was.

De peseta: de munteenheid van Spanje vóór de euro

De peseta (in het Catalaans “pesseta”, in het Baskisch “pezeta”) was de officiële munteenheid van Spanje én van Andorra. De munt werd ingevoerd in 1868 en bleef meer dan 130 jaar lang in gebruik. Dat maakt de peseta een van de langstlevende munten van Europa in de moderne geschiedenis.

De peseta was onderverdeeld in 100 céntimos, vergelijkbaar met hoe de euro is onderverdeeld in 100 eurocent. In de praktijk verdwenen de céntimos al vroeg uit de dagelijkse handel, omdat hun waarde te laag was om praktisch te zijn. In de loop van de twintigste eeuw verloor de peseta geleidelijk koopkracht door inflatie, waardoor je voor eenvoudige aankopen al snel honderden peseta’s nodig had.

De overgang van peseta naar euro

Spanje stapte op 1 januari 1999 al officieel over op de euro als rekenmunt, maar de peseta bleef tot 1 januari 2002 het betaalmiddel in de winkel. Op die datum werden eurobiljetten en -munten ingevoerd in alle deelnemende landen, waaronder Spanje. Er gold een vaste wisselkoers: 1 euro stond gelijk aan 166,386 peseta’s. Dat getal is precies vastgelegd en verandert nooit.

Na de invoering van de euro konden Spanjaarden hun peseta’s nog een tijdje inwisselen. Bij de Banco de España (de Spaanse centrale bank) was dat lange tijd mogelijk, al gelden daar inmiddels strikte regels voor welke munten en biljetten nog worden geaccepteerd. Munten zijn al jaren niet meer inwisselbaar; voor sommige biljetten kan het nog mogelijk zijn, maar check dit altijd direct bij de Banco de España.

Wat betaal je vandaag in Spanje?

Als je nu naar Spanje reist, betaal je gewoon met euro’s. Dat geldt voor het vasteland, maar ook voor de Canarische Eilanden en de Balearen, die allebei tot Spanje behoren. De munten zijn aan de ene kant hetzelfde als in andere eurolanden, maar aan de andere kant heeft elk land zijn eigen nationaal ontwerp. Spaanse euromunten tonen onder andere beeltenissen van de Spaanse koning.

Andorra, het kleine land tussen Spanje en Frankrijk, gebruikt de euro eveneens. Andorra is geen lid van de EU, maar heeft een monetaire overeenkomst met de EU op basis waarvan het de euro mag gebruiken en zelfs eigen euromunten mag slaan.

Peseta’s als verzamelobject

Peseta-munten en -biljetten zijn nog volop te vinden bij verzamelaars en op markten. Veel toeristen nemen ze mee als souvenir. De waarde als verzamelobject hangt af van het jaar, de oplage en de staat van de munt. Sommige oude of zeldzame peseta-munten zijn meer waard dan hun nominale waarde, al zijn de meeste gewone peseta-munten als verzamelobject weinig meer dan een paar euro waard.

De munteenheid van Spanje is dus al ruim twintig jaar de euro. De peseta leeft nog voort in herinneringen, in uitdrukkingen in de Spaanse taal en in de zakken van verzamelaars, maar in de winkel kom je hem allang niet meer tegen.

Plaats een reactie