De valuta in Ierland hangt af van waar je precies bent: in de Republiek Ierland betaal je met de euro, in Noord-Ierland met het Britse pond (GBP). Dat onderscheid is belangrijk om te weten voor je vertrekt, want je kunt niet zomaar met euro’s betalen in Belfast, en omgekeerd ook niet met ponden in Dublin.
Valuta in Ierland: euro of pond?
De Republiek Ierland maakt deel uit van de eurozone. Eén euro is verdeeld in 100 cent. Eurobiljetten en -munten zijn er in de gebruikelijke coupures: biljetten van 5, 10, 20, 50, 100, 200 en 500 euro, en munten van 1 cent tot en met 2 euro. In de dagelijkse praktijk gebruiken winkels en horecagelegenheden in Dublin, Cork, Galway en de rest van de Republiek uitsluitend de euro.
Noord-Ierland maakt deel uit van het Verenigd Koninkrijk en gebruikt het Britse pond sterling (GBP, £). Let op: Schotse en Noord-Ierse ponden zijn technisch gezien ook pond sterling, maar worden buiten Noord-Ierland vaak niet geaccepteerd. Wissel ze dus voor je de grens over gaat.
Grens oversteken: twee valuta’s op één eiland
Het eiland Ierland telt twee bestuurlijke gebieden met elk een eigen munt. De grens tussen Noord-Ierland en de Republiek is open en je rijdt er zonder controle doorheen. Toch moet je bij het oversteken van de grens wisselen van valuta. Sommige grensplaatsen accepteren beide munten in winkels, maar reken daar niet op. Haal vooraf de juiste valuta op, of gebruik een pinpas.
Een handige vuistregel: kijk op de kaart of je bestemming boven of onder de grens ligt. Steden als Londonderry/Derry, Newry en Belfast vallen onder Noord-Ierland (pond). Steden als Sligo, Dundalk en Dublin vallen in de Republiek (euro).
Pinnen en betalen in Ierland
In beide delen van Ierland kun je goed pinnen. Visa en Mastercard worden breed geaccepteerd, ook in kleinere plaatsen. Contactloos betalen is in de Republiek heel gewoon. Op het platteland of in kleine B&B’s kan het zijn dat alleen contant geld wordt geaccepteerd, dus neem altijd wat cash mee.
Geld opnemen kan bij geldautomaten (ATM’s), die je in steden en dorpen makkelijk vindt. Let op de kosten: je eigen bank rekent soms een vergoeding voor opnames in het buitenland. Gebruik je een internationale betaalkaart zoals Wise of Revolut, dan betaal je doorgaans geen of weinig extra kosten.
Waar wissel je euro’s of ponden?
In de Republiek Ierland kun je ponden wisselen bij banken, wisselbureaus op luchthavens of in grote steden. Dublin Airport heeft meerdere wisselkantoren. Wisselkantoren op luchthavens rekenen vaak een hogere koers, dus wisselen via je bank of een app als Wise scheelt je geld.
In Noord-Ierland werkt het andersom: euro’s zijn er niet overal te wisselen. Belfast International Airport en Belfast city centre hebben wisselkantoren. Wil je vanuit de Republiek naar Noord-Ierland, wissel dan van tevoren of neem een pinpas mee.
Veelgemaakte fout: verkeerde valuta meenemen
Een fout die reizigers regelmatig maken: ze nemen alleen euro’s mee terwijl ze ook Noord-Ierland bezoeken, of omgekeerd. Als je een rondreis over het hele eiland maakt, heb je allebei nodig. Zorg dat je bij vertrek al weet welke gebieden op je reisplan staan, en regel de bijbehorende valuta van tevoren. Dat voorkomt gedoe aan de grens of in een dorp zonder wisselkantoor.
Kortom: ga je naar de Republiek Ierland, neem dan euro’s mee. Ga je ook naar Noord-Ierland, zorg dan ook voor Britse ponden. Een pinpas met lage buitenlandkosten is sowieso handig als back-up, in beide delen van het eiland.